Hoe raak je verslaafd aan eten?

In onze hersens zit een klein gedeelte dat we het beloningscentrum noemen. De functie hiervan is het vergroten van onze kans om te overleven en ons voort te planten. In situaties die onaangenaam zijn, wordt het beloningscenrum niet geprikkeld. Echter, levensbevorderende situaties, zoals vrijen of eten, zorgen voor een grote prikkel in de vorm van z.g. neurotransmitters: dopamine en serotine. Deze geven je een goed gevoel en zorgen ervoor dat je de levensbevorderende situatie of handeling vaker herhaalt. Deze herhaling, in dit geval van eten, kan echter leiden tot een eetverslaving. De kans op het ontwikkelen van een eetverslaving is afhankelijk van de volgende factoren:

  •  De kick of troost die je ervaart door de dopamine, kan ertoe leiden dat je deze steeds vaker wilt ervaren. Eten wordt dan steeds belangrijker, het zogenaamde troost-eten of emotie-eten.
  • Het beloningscentrum gaat bij de één eerder rinkelen dan bij de ander. Wanneer je beloningscentrum minder vatbaar is voor (dat wil zeggen minder receptoren heeft voor) dopamine, heb je meer eten nodig om het beloningscentrum te laten rinkelen en je goed te voelen.
  • Je dopaminesysteem raakt van slag wanneer je steeds weer voeding met te veel vet en suiker eet. Je hebt hier dan steeds meer van nodig om je goed te voelen. Verslavend dus.
  • Sociale factoren spelen ook een rol bij de ontwikkeling van een eetverslaving. Je kunt enorme druk van buiten voelen om “gezellig een vorkje mee te prikken”.
  • De beschikbaarheid van eten speelt een rol. Als je makkelijker aan eten kunt komen, kun je eerder verslaafd raken. Tegenwoordig is het mogelijk om, waar je ook bent, binnen 5 minuten aan eten te komen. Zeker de fastfood ketens en de tankstations hebben de beschikbaarheid van (vette en suikerrijke) voeding enorm vergroot.
  • Voorbeeldgedrag is een belangrijke factor in de ontwikkeling van een eetverslaving. Ouders hebben zowel in hun houding als hun gedrag naar voedsel toe een voorbeeldfunctie.
  • We raken steeds meer gewend aan mensen met overgewicht, omdat er steeds meer mensen met overgewicht zijn. Een culturele uiting daarvan is de maatschappelijke acceptatie van overgewicht en de daaruit voortvloeiende berusting (in het zelfbedachte beeld) dat je niets aan je overgewicht kunt doen.
  • Naast de genetische aanleg en sociale en maatschappelijke factoren spelen psychologische factoren een grote rol. Overgewicht staat vaak in relatie met een laag zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen. Je voelt je onzeker, onaantrekkelijk, nutteloos of doelloos. Je stelt hoge eisen aan jezelf en accepteert niet zoals je bent. Vaak leiden negatieve gevoelens als angst, boosheid, verdriet, eenzaamheid of spanning tot emotionele eetbuien. Tijdens het eten werkt het dopaminesysteem en voel je je tijdelijk goed. Na zo’n bui volgen dan weer schuldgevoel, schaamte en zelfbestraffing door bijvoorbeeld streng lijnen.

Bovenstaande overziend lijkt het wel erg voor de hand liggend dat zoveel mensen overgewicht hebben (namelijk meer dan 50%). Onze omgeving (steeds meer geld en vrije tijd), de beschikbaarheid van eten (fastfood, pizzeria, patatkraam) en de vorm van het eten zelf (vet- en suikerrijk) zijn factoren die de laatste 30 jaar pas spelen en die de kans op eetverslaving enorm hebben vergroot. Ik eindig dit artikel door te stellen dat het in de huidige maatschappij bijna onmogelijk is om niet verslaafd aan eten te zijn.


  • Carla

    test

  • Berenise667

    Dat zou een slechte zaak zijn, maar ik denk wel dat je voor een groot deel gelijk hebt. We worden allemaal verslaafd aan slecht eten gemaakt. De overheid neemt daarbij een dubbele houding aan. Net als bij het gokken. Het is verboden om gokspelletjes aan te bieden, behalve door … de overheid! Zij zetten overal Holland Casino’s neer en verdienen eraan dat steeds meer mensen verslaafd raken. Bizar!!!

  • ChristelvanD

    Ik weet maar al te goed hoe het is om mezelf de schuld te geven van mijn gewicht en richte me op schuld, spijt, angst en je onzekerheid. Dat heb ik dit jaar rigoreus veranderd en nu geniet ik veel meer, ook van eten en dat geeft me rust en minder stress.